Uit de praktijk

Teermastiek dakbedekking in een slechte staat

Tijdens een onderhoudsinspectie aan een schoolgebouw in Zuid-Holland constateert onze inspecteur aanzienlijke gebreken aan de dakbedekking op de platte daken. Het gebouw is gebouwd in 1977. De platte daken zijn voor een gedeelte nog voorzien van de originele dakbedekking, namelijk een teermastiek dakbedekking, afgewerkt met een grind ballastlaag. De totale dakafwerking van dit gedeelte bestaat uit 3 lagen teervilt met hierop een gegoten laag van teermastiek. Om het teermastiek te beschermen tegen zonlicht (UV-straling) is deze gegoten dakbedekking voorzien van een grof grindpakket.

Teermastiek is een teerhoudende dakbedekking, wat werd gewonnen tijdens de fabricage van lichtgas uit steenkool. Tot circa 1980 zijn diverse teerhoudende producten toegepast als dakbedekkingsmateriaal, zoals teervilt en teermastiek. Steenkoolteerpek vormde het basismateriaal voor deze teerhoudende dakbedekking en ontstond door destructieve destillatie van steenkool naar ruwe teer, wat vervolgens weer werd gedestilleerd tot dit steenkoolteerpek.

Vanwege verscherpte milieueisen rondom toe te passen en te verwerken bouwmaterialen, mag teermastiek in Nederland niet meer worden gebruikt. Dit omdat er bij het verhitten van teermastiek kankerverwekkende stoffen en giftige dampen vrijkomen, welke de gezondheid ernstig kunnen schaden.

Ondanks dat dit dakbedekkingsproduct inmiddels dus verboden is, staan er nog veel gebouwen in Nederland waarop deze teermastiek dakbedekking nog steeds aanwezig is. Een aanzienlijk percentage van deze dakbedekking verkeert echter al jaren in een slechte staat en dient, mede vanwege de kans op lekkages, op korte termijn vervangen te worden.

Het zogenaamde “mastiek” kent bovendien nog meer nadelen. Bij koud weer is het mastiek hard, maar daarnaast ook bros en kwetsbaar. Door het lage verwekingspunt (circa 45°C à 50°C) wordt het product -met name in de zomerperiode- al snel erg zacht. Hierdoor bestaat de kans op het inzakken van de hierop bevindende grind ballastlaag. Dit proces wordt versneld, als het grindpakket verschuift (vaak als gevolg van het uitvoeren van diverse werkzaamheden op deze daken). Hierdoor komt het kwetsbare teermastiek vaak plaatselijk enigszins bloot te liggen, waardoor directe aantasting door zonlicht (UV-straling) plaatsvindt. Het mastiek “verweekt” en het omliggende grind zakt in de teermastiek, wat uiteindelijk leidt tot lekkages.

Daarnaast wordt de grind ballastlaag door de jaren heen plaatselijk steeds kleiner van diameter, als gevolg van de diverse weersomstandigheden in combinatie met het langs elkaar “schuren” van de onderlinge grindkorrels. Dit resulteert vaak in meerdere kleine fracties, die door de wind opzij waaien en het teermastiek niet meer is beschermd tegen ultraviolette straling, Het teermastiek “verbrandt”’ dan als het ware, waardoor uiteindelijk de vilt-inlage van de toplaag zichtbaar wordt. Op dat moment zal de aantasting van de vilt-inlage door vocht, slechts een kwestie zijn van tijd.